Ontwerpen II
Wien
Dag 1
Dag 2
Dag 3
Dag 4
Dag 5
Dag 6
Analyse
______________________________________________________
Het doel van de analyse is de woning, de beslissingen van de ontwerper, de
coherentie – of niet – van het project te doorgronden, te synthetiseren en te communiceren aan derden. Het zelf tekenen van een plan brengt de tekenaar in nauw contact met het project. Het inzicht dat die daarmee verwerft is geen eindpunt. De student expliciteert dit inzicht op zo'n manier dat dit inzicht kan getoetst worden en dat anderen er uit kunnen leren.
Voor dit groepswerk analyseerden we Haus neben der Schmiede van Walter Pichler aan de hand van verschillende architecturale en ruimtelijke aspecten. Oorspronkelijk startten we met drie groepsleden, maar al snel viel één persoon weg, waardoor we het project met twee verderzetten. Deze onverwachte verandering zorgde aanvankelijk voor onzekerheid en verwarring maar na een korte aanpassingsperiode bleek dit echter geen belemmering te zijn en verliep de samenwerking efficiënt en gestructureerd.

Binnen de groep ontstond een evenwichtige samenwerking waarbij we elkaars zwaktes konden opvangen en elkaars sterktes beter leerden benutten. Door het intensieve samenwerkingsproces ontwikkelden we niet alleen onze communicatieve vaardigheden, maar ook wederzijds vertrouwen en verantwoordelijkheidsgevoel. We leerden van elkaar en ondersteunden elkaar gedurende het volledige traject, wat bijdroeg aan een vlot verloop van het project.

Het analyseproces zelf was bijzonder leerrijk. We leerden een gebouw op een meer kritische en analytische manier benaderen en kregen inzicht in de opbouw, detaillering en samenhang van verschillende architecturale elementen. Daarnaast verfijnden we onze tekenvaardigheden en leerden we complexe informatie helder structureren en overbrengen naar anderen. Door deze diepgaande analyse groeide ook mijn persoonlijke betrokkenheid bij het project: het gebouw kreeg voor mij een bijzondere betekenis en ik zou het graag ooit in werkelijkheid willen bezoeken.

De maquette vormde een essentieel onderdeel van het ontwerpproces. We experimenteerden met beton en werden geconfronteerd met de beperkingen en onvoorspelbaarheid van het materiaal. Het gieten verliep niet altijd probleemloos, maar deze tegenslagen dwongen ons om oplossingsgericht te denken. In plaats van telkens opnieuw te beginnen, zochten we naar manieren om fouten te herstellen en hier verder op voort te bouwen, wat ons leerde omgaan met materiële en technische uitdagingen.

Verder werd het interieur laag per laag opgebouwd en werd de buitenmuur afgewerkt met stenen uit de Ardennen, wat bijdroeg aan een verhoogd realisme van de maquette. Het vervaardigen van de meubels bood bijkomend inzicht in hun schaal, werking en soms onverwachte verhoudingen, wat ons begrip van ruimte en gebruik verder verdiept heeft.

Tot slot was er ook een aandachtspunt binnen dit project. Door onze sterke betrokkenheid en grondige aanpak zijn we soms te ver gegaan in de uitwerking, waardoor we de tijdsbesteding voor de Balatkas uit het oog verloren. Dit vormt een belangrijk leerpunt voor toekomstige opdrachten, met name het bewaken van evenwicht tussen diepgang en planning.
Haus neben der Schmiede - Walter Pichler
Reflectie
Voor dit groepswerk analyseerden we Haus neben der Schmiede van Walter Pichler aan de hand van verschillende architecturale en ruimtelijke aspecten. Oorspronkelijk startten we met drie groepsleden, maar al snel viel één persoon weg, waardoor we het project met twee verderzetten. Deze onverwachte verandering zorgde aanvankelijk voor onzekerheid en verwarring maar na een korte aanpassingsperiode bleek dit echter geen belemmering te zijn en verliep de samenwerking efficiënt en gestructureerd.

Binnen de groep ontstond een evenwichtige samenwerking waarbij we elkaars zwaktes konden opvangen en elkaars sterktes beter leerden benutten. Door het intensieve samenwerkingsproces ontwikkelden we niet alleen onze communicatieve vaardigheden, maar ook wederzijds vertrouwen en verantwoordelijkheidsgevoel. We leerden van elkaar en ondersteunden elkaar gedurende het volledige traject, wat bijdroeg aan een vlot verloop van het project.

Het analyseproces zelf was bijzonder leerrijk. We leerden een gebouw op een meer kritische en analytische manier benaderen en kregen inzicht in de opbouw, detaillering en samenhang van verschillende architecturale elementen. Daarnaast verfijnden we onze tekenvaardigheden en leerden we complexe informatie helder structureren en overbrengen naar anderen. Door deze diepgaande analyse groeide ook mijn persoonlijke betrokkenheid bij het project: het gebouw kreeg voor mij een bijzondere betekenis en ik zou het graag ooit in werkelijkheid willen bezoeken.

De maquette vormde een essentieel onderdeel van het ontwerpproces. We experimenteerden met beton en werden geconfronteerd met de beperkingen en onvoorspelbaarheid van het materiaal. Het gieten verliep niet altijd probleemloos, maar deze tegenslagen dwongen ons om oplossingsgericht te denken. In plaats van telkens opnieuw te beginnen, zochten we naar manieren om fouten te herstellen en hier verder op voort te bouwen, wat ons leerde omgaan met materiële en technische uitdagingen.

Verder werd het interieur laag per laag opgebouwd en werd de buitenmuur afgewerkt met stenen uit de Ardennen, wat bijdroeg aan een verhoogd realisme van de maquette. Het vervaardigen van de meubels bood bijkomend inzicht in hun schaal, werking en soms onverwachte verhoudingen, wat ons begrip van ruimte en gebruik verder verdiept heeft.

Tot slot was er ook een aandachtspunt binnen dit project. Door onze sterke betrokkenheid en grondige aanpak zijn we soms te ver gegaan in de uitwerking, waardoor we de tijdsbesteding voor de Balatkas uit het oog verloren. Dit vormt een belangrijk leerpunt voor toekomstige opdrachten, met name het bewaken van evenwicht tussen diepgang en planning.
Ontwerp
De introductiedag in de Plantentuin van Meise vormde een essentieel vertrekpunt voor dit project. Het gebouw en zijn omgeving in werkelijkheid ervaren, was cruciaal om inzicht te krijgen in schaal, sfeer en materialiteit. Deze eerste kennismaking verlaagde niet alleen de drempel binnen een nieuwe groep, maar gaf ook een concreet referentiekader voor het verdere ontwerpproces. Om mijn begrip van de site te verdiepen, keerde ik nadien meerdere keren terug, zowel voor opmetingen en fotografische documentatie als om de ruimtelijke en landschappelijke context opnieuw te ervaren. Deze herhaalde bezoeken hadden een duidelijke invloed op mijn ontwerpkeuzes, zo leerde ik de geschiedenis van de serre waarderen en ontdekte ik de mooie omgeving verder.

Het ontwerpproces zelf verliep niet lineair. Hoewel ik relatief snel zekerheid had over bepaalde uitgangspunten, zoals het gebruik van baksteen en de integratie van een auditorium, vergden andere aspecten aanzienlijk meer tijd en reflectie. Zo bleef het zoeken naar een evenwicht tussen wonen en een publieke functie, het creëren van privacy binnen een semiopenbaar gebouw en het speels omgaan met een op het eerste gezicht rigide materiaal terugkerende uitdagingen. Ook het respectvol omgaan met het erfgoed van de Balatkas vroeg om voortdurende afwegingen tussen behoud, ingreep en interpretatie.

Daarnaast speelde tijdsbeheer een belangrijke rol binnen dit project. Doordat ik mij eerder te diep had verloren in de analyseopdracht, kwam ik bij ontwerp in tijdsnood. Deze ervaring maakte mij bewust van het belang van fasering, het stellen van prioriteiten en het bewaken van grenzen binnen een intens ontwerpproces. IK leerde omgaan met twijfel en onzekerheid als onderdeel van het ontwerpproces.

Zelfsmet de aanweizige uitdagingen heb ik sterk genoten van het ontwerpproces zelf. Het voortdurende puzzelen, het heen en weer gaan tussen idee en uitwerking, en het aftoetsen van keuzes aan zowel de site als het programma maakten het proces intens maar bijzonder boeiend. Het luisteren naar medestudenten en professoren bood telkens nieuwe invalshoeken en hielp mij om mijn ontwerp kritisch te herbekijken en bij te sturen. Het zoeken naar referenties, het vergelijken van projecten en het vertalen van abstracte ideeën naar concrete ruimtelijke ingrepen zorgden ervoor dat het ontwerp gaandeweg steeds tastbaarder werd. Het moment waarop verschillende lijnen samenkwamen en het ontwerp werkelijk tot leven begon te komen, gaf een sterke motivatie om verder te blijven zoeken en verfijnen.
Reflectie op het ontwerpproces
Reflectie op het eindresultaat
Het uiteindelijke ontwerp vertrekt vanuit een grondige analyse van de Balatkas en haar oorspronkelijke functie als serre voor waterlelies, aangevuld met referentieonderzoek en eerdere ontwerpoefeningen. De achthoekige geometrie van de serre vormde het structurele en conceptuele uitgangspunt van het project en werd vertaald naar de organisatie.

In een eerste ontwerpfase werd deze geometrie ingezet om een ondergrondse tribune met een centraal kweekbad te ontwikkelen. Deze ingreep legde de basis voor een collectieve ervaring rond observatie, onderzoek en samenkomst. In een volgende fase werd het woonprogramma geïntegreerd, waarbij slaap- en badfuncties ondergronds werden geplaatst om een duidelijke scheiding te creëren tussen publieke en private zones. Tegelijk werd de tribune verfijnd en verkleind, en werden circulatie, zichtlijnen en toegangen zorgvuldig onderzocht en geoptimaliseerd.

Het finale ontwerp brengt deze fases samen in een samenhangende architectuur voor Carlos Magdalena en zijn team. Tribunes aan beide zijden van de achthoek structureren zowel het bovengrondse als het ondergrondse programma en versterken de leesbaarheid van het gebouw. Centraal in het kweekbad bevindt zich de studiezone, die via een monumentale trap bereikbaar is en fungeert als ruimtelijk en conceptueel knooppunt binnen het project. Onder de tribunes zijn de woonfuncties georganiseerd, met een consequente scheiding tussen publieke en private circulatie.

De materiaalkeuze voor baksteen en beton versterkt de massiviteit van het ontwerp en sluit aan bij zowel de ondergrondse positionering als de historische context van de serre. Tegelijk dragen deze materialen bij aan thermische stabiliteit en een tactiele, robuuste architectuur. Door expliciet te vertrekken vanuit de oorspronkelijke betekenis van de serre en haar relatie met waterlelies, slaagt het ontwerp erin om wonen, onderzoek en publieke functies samen te brengen zonder het erfgoed te ondermijnen. Het eindresultaat is geen loutere toevoeging aan de bestaande structuur, maar een gelaagde interpretatie waarin analyse, experiment en verfijning samenkomen.

Hoewel het eindresultaat voor mij een duidelijke samenhang en onderbouwde ruimtelijke logica vertoont, voelt het persoonlijk niet volledig afgerond aan. Bepaalde keuzes hadden verder verfijnd of consequenter doorgetrokken kunnen worden, vooral op het vlak van detaillering en de overgang tussen publieke en private ruimtes. Ook de relatie tussen concept en uitwerking had op sommige momenten sterker kunnen worden aangescherpt. Dit gevoel van onvolledigheid ervaar ik echter niet louter als een tekortkoming, maar eerder als een teken van een lopend leerproces. Het project toont voor mij vooral waar mijn interesses en ambities liggen, en maakt duidelijk welke aspecten van ontwerpen ik in toekomstige projecten verder wil verdiepen en versterken.
De studiereis naar Wenen voelde als een welverdiende pauze. Even weg van schema’s en verwachtingen, samen in een andere stad, een andere taal, een ander ritme. Wat begon als een groep mensen die elkaar maar half kende, groeide al snel uit tot een hechte bende. Er ontstond een band die verrassend vanzelf ging — en die ook na de reis gewoon bleef bestaan.

We leerden Wenen kennen door haar samen te beleven: al wandelend, zoekend, kijkend. Koffie na koffie, gesprekken met apothekers in een taal die we niet spraken, samen de metro in en weer uit, soms verkeerd, soms precies juist. We hielpen elkaar wanneer iemand het even moeilijk had, wachtten op elkaar bij vermoeide voeten en deelden snacks, stilte en enthousiasme.

Ook de momenten ertussenin werden deel van de reis. We deden boodschappen in een vreemde stad, zochten ingrediënten die we herkenden of net niet, en kookten samen in een onbekende keuken waar alles ontbrak behalve goesting. Het werd chaotisch, geïmproviseerd en gezellig — met als hoogtepunt fishticks met spinaziepuree, zoals echte Belgen dat doen, ver van huis maar ver van huis, maar verrassend vertrouwd. ’s Avonds, moe maar voldaan, zaten we samen rond een tafel vol snippers en verzamelde papiertjes van de dag. Pennen gingen rond, scharen werden doorgegeven, ideeën geleend en weer teruggelegd. Iedereen was er op zijn eigen manier: sommigen pratend, anderen zwijgend met muziek in de oren, sommigen al in pyjama, anderen nog in jeans — maar altijd samen, in dezelfde ruimte, in hetzelfde moment.

Soms waren we samen, soms apart. Iedereen zag andere dingen, voelde andere accenten, maar toch leek de ervaring vreemd genoeg dezelfde. We beleefden de stad elk op onze eigen manier, en precies daarin vonden we elkaar terug. Tussen grote gebouwen en kleine momenten groeide niet alleen onze liefde voor architectuur, maar ook voor het samen onderweg zijn.

Wenen werd zo meer dan een bestemming. Het werd een verzameling herinneringen, van kleine chaos en grote verwondering, die nog steeds meereist, lang nadat de metrodeuren weer dichtgingen.
Ornament und Verbrechen - Adolf Loos
In “Ornament und Verbrechen” stelt Adolf Loos dat ornament overbodig is en afleidt van de essentie van architectuur: structuur, materiaal en functie. In mijn ontwerp sluit ik mij in grote mate aan bij dit standpunt. Ik voeg zelf nauwelijks ornament toe en focus bewust op de strikt noodzakelijke structuur en materialiteit. De architecturale expressie ontstaat uit massa, constructie, circulatie en gebruik, niet uit decoratieve toevoegingen.

Tegelijk verschilt mijn positie van die van Loos door de specifieke context van de Balatkas. De serre bezit van zichzelf een uitgesproken ornamentiek en historische gelaagdheid. Net daarom kies ik voor een bewust gereduceerde ontwerphouding, zodat het bestaande gebouw en zijn geschiedenis centraal blijven staan. Waar Loos ornament volledig wil elimineren, gebruik ik terughoudendheid als een middel om het bestaande ornament niet te overschaduwen maar te versterken. Zo ontstaat een spanningsveld tussen oud en nieuw, waarin het nieuwe ontwerp zich ondergeschikt opstelt en de aandacht niet wegtrekt van het historische karakter van de Balatkas.
WOLKEN DANSEN OP HET LICHT EN IK ZWEEF ZACHT
______________________________________________________
______________________________________________________
___________________________________________________________________
Sigmund Freud Museum
____________________________________________
Stephansdom
____________________________________________________________________
Loos American Bar
___________________
Stadtpalais Liectenstein
____________________
Haus Wittgenstein
____________________________________________________________________
Belvedere
____________________________________________
Mumok
___________________
MAK
___________________________________________
Möbelmuseum
___________________________________________________________________
Parlament
__________________
Looshaus
____________________________________________
Österreichische Nationalbibliothek
____________________________________________
Architekturzentrum Wien
___________________________________________
Musiekverein
Karlspltaz-station
____________________
____________________________________________
Secession
Rathaus
___________________
___________________________________________
Palmenhaus
____________________________________________
Kunsthistorisches Museum
_________________________________________________________________
Wien Museum
____________________
Parlament
___________________
Karlskirche
___________________
Postsparkasse
________________________________________
Kunsthaus Wien
__________________________________________________________________
Leopold Museum
_________________________________________
Palais Epstein

klik hier voor een grafische analyse
hier