Het Solomon R. Guggenheim Museum in New York is geen gebouw dat zich als een statement in de stad nestelt. Ontworpen door Frank Lloyd Wright en geopend in 1959, doorbreekt het museum radicaal met de klassieke museumarchitectuur én met het strakke, rationele stratenplan van Manhattan. Waar de stad wordt gedomineerd door rechte lijnen, symmetrie en hoogte, kiest het Guggenheim resoluut voor het tegenovergestelde.
Als grote liefhebber van de Guggenheim-gebouwen kon ik dan ook niet wachten om dit iconische museum eindelijk in het echt te ervaren. Vanop afstand valt het meteen op: een volledig wit volume, laag en absoluut niet symmetrisch, dat scherp contrasteert met de hoge, rechthoekige gebouwen errond. Zelfs de bijna even hoge bomen voor het museum lijken deel te nemen aan dat spel van contrasten. Het gebouw weigert zich aan te passen aan zijn context en doet net daardoor iets bijzonders: het trekt je aandacht op een stille, rustgevende manier.
Wat het contrast nog versterkt, is het achterliggende volume van het museum. Dat deel is rechthoekig, donkerder en bijna somber, waardoor het voorste, organische volume nog sculpturaler overkomt. Het Guggenheim lijkt hierdoor minder op een traditioneel gebouw en meer op een kunstwerk op zichzelf — een sculptuur midden in de stad, losgekomen van de logica van Manhattan.
Die ervaring zet zich onverminderd voort in het interieur. Zodra je binnenkomt, voelt het alsof je een andere wereld betreedt. De architectuur opent zich in één grote, indrukwekkende ruimte waarin de iconische spiraal centraal staat. Deze spiraal, die je geleidelijk naar boven leidt, laat je niet enkel bewegen door het gebouw, maar ook door de kunst. Je kan tot helemaal boven kijken, terwijl het verschil in volume tussen de inkomhal en de hoofdruimte zorgt voor een onmiddellijk wauw-effect.
Wat het geheel nog boeiender maakt, is dat de spiraal niet louter een perfecte cirkel is. Ze heeft een subtiele uitstulping, waardoor het geheel dynamischer en minder voorspelbaar wordt. De dikke, robuuste en abstracte lijnen van de spiraal staan in sterk contrast met de fijne, bijna fragiele lijnen van het glazen dak. Door het patroon dat naar binnen toe wijst, lijkt dit dak tien keer hoger en boller dan het in werkelijkheid is, wat de ruimte een bijna onwerkelijke lichtheid geeft.
Tijdens het bezoek voel je voortdurend een spel van beweging en perspectief. Je stijgt telkens een beetje, ziet de kunstwerken telkens vanuit een andere hoek en ervaart hoe de witte muren van de spiraal alles samenbrengen tot één vloeiende ervaring. Het museum dwingt je niet om kunst te “bekijken” zoals in klassieke zalen, maar nodigt je uit om ze te beleven, in relatie tot de ruimte, het licht en je eigen beweging.
Het Guggenheim New York is daardoor veel meer dan een museum. Het is een totaalervaring waarin architectuur en kunst samenvloeien, en waarin je als bezoeker niet enkel toeschouwer bent, maar deel wordt van het geheel. Juist dat maakt het gebouw voor mij zo onvergetelijk.
Het gebouw weigert zich aan te passen aan zijn context
het trekt je aandacht op een stille, rustgevende manier.
https://www.guggenheim.org/teaching-materials/the-architecture-of-the-solomon-r-guggenheim-museum
https://unsplash.com/es/s/fotos/guggenheim-museum