Casa Batlló is een meesterwerk van Antoni Gaudí ontworpen tussen 1904 en 1906 voor de familie Batlló. Het voelt niet als een gebouw, maar als een droom die per ongeluk in steen is blijven hangen. Het is een symfonie van kleur, vorm en verbeelding waarin architectuur en natuur samenkomen in een dans zonder einde. Midden op de Passeig de Gràcia, een brede boulevard vol elegantie en grandeur, duikt het op, tussen statige gevels, alsof het niet helemaal thuishoort in de werkelijkheid. En misschien is dat ook zo.
De façade leeft. Ze golft, beweegt, ademt. Geen enkele verdieping is hetzelfde: telkens een andere compositie van elementen. Die onregelmatigheid geeft ritme, maar geen voorspelbaar ritme — eerder dat van de natuur. De ramen doen me denken aan zittende vliegen of zwevende vlinders, fragiel en licht, van bovenaf bekeken. Dit in contrast met de balkonnen, lijkend op vliegengezichten, bijna maskers, die jou aanstaren terwijl jij hen aankijkt. De kleuren vielen me meteen op. Blauw, groen, zacht wit, soms warm en soms koel. Ze mengen zich zoals waterverf op papier, niet strak afgelijnd maar vloeiend in elkaar overlopend. Daardoor voelt Casa Batlló voor mij meer als een schilderij dan als architectuur. Alsof Gaudí niet bouwde, maar schilderde met steen en glas, door gekleurde mozaïektegels en gebroken keramiek te laten schitteren in het licht.
Ook binnen verdwijnt elk gevoel voor rechte lijnen. De trappen en gangen lijken te golven; vloeiende lijnen leiden je door kamers die voelen als klanken in een symfonie. Licht en kleur spelen door de ramen in het atrium, dat als een lichtbron diep onder water lijkt te ademen — het blauw vervaagt naar beneden zoals zonlicht dat door zee sijpelt. Het interieur is niet functioneel alleen — het is een emotie, een gevoel. Overal worden klassieke architectuurregels genegeerd en toch klopt alles vreemd genoeg. Het is alsof Gaudí wilde dat je binnenin dezelfde verwondering voelde als buiten, maar dan nog intenser, nog persoonlijker.
Gaudí nam een bestaand gebouw en herinterpreteerde het volledig. In zijn werk wilde hij straight lines vermijden — geen rechte lijnen in de natuur, dus geen rechte lijnen in zijn kunst. De inspiratie kwam uit de zee, het licht, de wortels van planten, de kronkels van botten — alles wat leeft en ademt. De façade heeft tot de verbeelding gesproken van velen met interpretaties die variëren van de rug van een gevallen draak en het kruis als lanceerwapen van Sint Joris, tot waterlandschappen die lijken op impressionistische schilderijen zoals Monets “Waterlelies”.
De ramen doen me denken aan vlinders met open en gesloten vleugels
Eigen beeld
https://www.casabatllo.es/en/